Haar bloed
×
Haar bloed Haar bloed
Nederlands
© 2012
Volwassenen
Als kind raakt Titus Serfonteyn gefascineerd door bloed. Wat is het, wat doet het, hoe werkt het? Zijn moeder legt zich neer bij de obsessie van haar zoon. Titus' dorst naar kennis over bloed doet hem later besluiten medicijnen te gaan studeren. Hij maakt kennis met de mooie Roos, die hij moet delen met zijn beste vriend Pieter. Dan blijkt dat Roos aan een nog onbekende ziekte lijdt. Titus bijt zi…
Als kind raakt Titus Serfonteyn gefascineerd door bloed. Wat is het, wat doet het, hoe werkt het? Zijn moeder legt zich neer bij de obsessie van haar zoon. Titus' dorst naar kennis over bloed doet hem later besluiten medicijnen te gaan studeren. Hij maakt kennis met de mooie Roos, die hij moet delen met zijn beste vriend Pieter. Dan blijkt dat Roos aan een nog onbekende ziekte lijdt. Titus bijt zich vast in het onderzoek.

De Morgen

Hemmerechts overtreft zich in ideeënroman
Karl Van Den Broeck - 17 maart 2012

Kristien Hemmerechts liep vorig jaar een maand mee op de afdeling hematologie van het VU Medische Centrum in Amsterdam. Zij was na Bert Keizer en Anna Enquist de derde genodigde voor het project 'Schrijvers op de afdeling'. Dat leverde een verrassende roman op: Haar bloed waarin ze grote vragen over identiteit, bloedbanden, multiculturaliteit en... Leonardo da Vinci niet uit de weg gaat.

Titus Serfonteyn verloor als kind zijn vader en is gefascineerd door bloed en bloedvaten. Zijn grootvader met wie hij ooit het lijk ging groeten van een afstammeling van Leonardo da Vinci had het hem goed ingeprent: je hebt goed bloed en je hebt slecht bloed. En zij hadden goed bloed. In zijn puberteit wordt Titus verliefd op zijn jeugdvriendin Roos. Maar die flirt ook met Titus' beste vriend Pieter Kalhorn. Pieter is een grote versierder en Roos houdt hen allebei aan het lijntje. Wanneer ze samen op kot belanden tijdens hun studies komt hun vriendschap onder druk te staan. Wanneer Roos leukemie krijgt, blijkt de enige mogelijke donor haar zus te zijn. Die heeft destijds het beklemmende Vlaams-nationalistische nest waarin ze opgroeide verlaten. De confrontatie met haar ouders, en vooral haar onverzettelijke vader, is een van de hoogtepunten van het boek.

En zo waaiert het verhaal open tot diepzinnige beschouwingen over bloed. Bloed maakt ons allen uniek. Toch kun je bloed aan totaal onbekende medemensen geven, ongeacht hun ras of stand. Bij beendermerg is het zelfs zo dat een 'vreemde' donor soms geschikter is dan een bloedverwant. Hemmerechts trakteert de lezer op een cursus hematologie (interessant, overigens), en weeft een hele reeks motieven die draaien rond de tegenpolen individu en massa. Zo wil Titus niet naar Beyoncé in het Sportpaleis. "Als iedereen hetzelfde was, de verschillen niks betekenden, dan was iedereen niemand", vindt hij. Roos ziet het anders: "Wat is er mooier dan je verbonden te voelen met andere mensen?" Hemmerechts zal al een tijdje in de buik van het peloton van de Vlaamse literatuur. Met dit boek plaatst ze een verrassende tussenspurt. Dat doet verlangen naar meer.

De Standaard

Alles over bloed
Alexandra De Vos - 20 januari 2012

Bloed en taal. Het is een hoofdstuk op zich, misschien zelfs een hele roman. Een roman met donkere connotaties en fascistoïde trekjes. Bloedlink, bloedgeil, bloeddorstig. Bloed en bodem. Hier ons bloed, wanneer ons recht? Ergens, zo kan ik mij voorstellen, moet er een door Germaanse raszuiverheid geïnspireerde Vlaamse heimatroman bestaan die het woordje 'bloed' trots in de titel voert. Ondertussen herinner ik mij alleen Het duistere bloed, het debuut van Lode Zielens. Geen eigen-bloed-eerst hier, wel een man die onontkoombaar, Emile Zola-gewijs, tenondergaat aan zijn duistere driften en passies. Kwaad bloed, zuiver bloed, het rode kleverige spul als drager van identiteit en lotsbestemming. En van ziektes, want achter alle metaforen verschuilt zich de biologische waarheid. We worden allemaal op de been gehouden door een bloedfabriekje dat aan de lopende band rode en witte bloedcellen spuit, en o wee als er iets hapert.

Kristien Hemmerechts mocht dat een maand lang ondervinden op de derde verdieping van een Nederlands ziekenhuis, dienst hematologie. Naakte feiten en menselijke tragiek komen er samen. De schrijfster mocht kijken, vragen stellen en de ervaring naar eigen goeddunken gebruiken. Onderwijl liepen er aan het raam van haar logeeradres massa's gezonde mensen voorbij, op weg naar optredens van Anouk of Marco Borsato. Mensen die complexloos kuddegedrag etaleerden, die allemaal van dezelfde zeven oermoeders afstammen - meer variatie zit er niet in ons mitochondriaal DNA. Zijn wij allemaal bloedbroeders - zoals de multicultuur het graag hoort - of maakt ons bloed ons uniek? Hemmerechts' roman Haar bloed stelt de vraag en hoofdrolspeler Titus Serfonteyn is overtuigd: 'Les nummer één van het bloed. Er is eigen en er is vreemd. Er is vriend en er is vijand.'

En er is goed en slecht bloed, dat ook. De kleine Titus leert die les van zijn grootvader, de avond dat ze een dode man - een verre nazaat van Leonardo da Vinci - gaan groeten. De man had goed bloed, zegt de grootvader, hij stond recht in zijn schoenen, bleef bij tegenwind overeind. En toch: goed bloed kan ziek zijn en slecht bloed gezond. Daarom was altijd waakzaamheid geboden: 'Je moet goed kijken, Titus. Als je niet kijkt, kun je niets zien. En als je niets ziet, kun je niets vinden.' In ieder geval was bloed de essentie. Niet het hart, maar de hoogst individuele cocktail die door het hart stroomt en het laat kloppen. Voor één ander, of voor iedereen. 'De mens wàs zijn bloed.'

Bloeddichter

Dat geldt in hoge mate voor de vaderloze, eigenzinnige Titus, die in de volgende jaren het bloedvatenstelsel en de tabel van Mendelejev uit het hoofd leert, die als moederdagcadeau zijn bloedstamboom uittekent voor mama Mona. 'Hij beoefent bloed', zegt zij als mensen vragen waar Titus in zijn vrije tijd uithangt. Dat Titus geneeskunde gaat studeren en zich wil opwerken tot hematoloog ligt in de lijn der verwachtingen. 'De bloeddichter' noemt zijn beste vriend Pieter hem. Zo bloedernstig als Titus Serfonteyn is, zo lichtvoetig is Pieter Kalhorn. Het liefst wil hij de hele wereld omhelzen. En alle vrouwen, inclusief Titus' buurvrouw Edith en Titus' grote liefde Roos. 'Alle mensen zijn bloedbroeders' is zijn devies. Mensen moeten van elkaar houden, elkaar veel gunnen, zich niet blindstaren op verschillen. 'Het is heerlijk dat we leven, het is heerlijk banaal. De mensheid moet zich leren overgeven aan de banaliteit. Alleen dan zal de mensheid vrede kennen.'

Titus is niet van plan zich over te geven - niet aan de banaliteit en niet aan allemansvriend Pieter, die hij meer en meer als een volksmenner ziet. Als Roos leukemie krijgt, ziet Titus eindelijk kans om het voortouw te nemen. Want wie kan zo toegewijd observeren als hij, wie kan de ziekte stuiten? Voor Roos, die in de ban was van de sensuele Pieter, is Titus nu haar redder: 'de enige man ter wereld die ziek bloed als een pluspunt beschouwt.' De vraag of alle mensen bloedbroeders zijn wordt wel heel dwingend als Roos een stamceltransplantatie nodig heeft en dat 'solidaire' bloed haar kan redden of verdoemen.

'Er bestaan verschillen die niet kunnen worden genegeerd. Vreemd zal eigen aanvallen, vernielen. Vreemd zal proberen te overheersen.' Dat is niet alleen de mening van de kritische denker Titus, maar ook die van Roos' familie - van Vlaams-Belangsignatuur en hoogst verontwaardigd dat hun bleekblonde Roos 'ongeschikt' bloed blijkt te hebben. Ondertussen viert Pieter zijn mensenliefde op een fotoshoot van Spencer Tunick. Honderden lijven, honderden fabriekjes van leukocyten, erytrocyten en eiwitten verenigd in een huizenhoog cliché: mooi en lelijk, blank en bruin, allemaal mensen. Naïeve idioten, vindt Titus.

Banaliteiten

Hemmerechts hamert de tegenstelling erin, maar kiest geen kant, al heeft ze zich meermaals geout als verstokte individualist. In De dood heeft mij een aanzoek gedaan bekent ze dat van mensen houden haar zwaar valt, dat een leven zonder kritisch denken de hel zou zijn. In Haar bloed bezondigt ze zich nochtans aan menslievende banaliteiten, zoals in de 'bijsluiter' die als voorwoord dienst doet ('voorschrift' was in deze gemengd medisch-literaire context nog passender geweest). 'De ene keer denk ik dat we veel te veel belang aan de verschillen hechten, of die nu van fysieke of psychische aard zijn, van seksuele of politieke, van biologische of culturele. [...] De andere keer denk ik: wat zou de wereld zijn zonder verschil?'. Tja.

En dan is er Hemmerechts' voluntaristische kant, die niets negatiefs wenste te melden over dokters en ziekenhuispersoneel, vanwege de spreekwoordelijke 'gigantische inzet' voor de patiënten. Ook al liep de communicatie tussen hogere en lagere echelons wat spaak. Laat mank lopende communicatie nu net de corebusiness zijn van Hemmerechts. Maar betrokken is ze, en aan volksverheffing - een andere corebusiness van de schrijfster - doet ze met deze vertelling zeker. Haar bloed bevat alles wat je altijd al over bloed wilde weten, en veel wat alleen leraren biologie aanbelangt. Verder wordt met veel métier een beeld geschetst van de heimat anno 2011: Verkavelingsvlamingen met zonnepanelen op het dak en een zwembad in de kelder, de minder fortuinlijken met brilletjes en allergieën. De 'bijman' of 'bijvrouw' die een uitgewoond huwelijk draaglijk moet maken; de facebookgeneratie die het niet bij één relatie kan houden omdat ze met meerdere profielen door het leven gaat. Vlaams Belang of N-VA.

Wie schrijft, wil blijven schrijven, en een geleend onderwerp leent zich dan uitstekend als vehikel. Haar bloed is geen mijlpaal, maar het is gelukkig - die titel, die coverfoto! - geen Vlaamse Twilightsaga. Gewoon een medisch verantwoord tussendoortje.

DE AUTEUR: staatsprijswinnares met meer dan twintig romans, verhalenbundels en essays op haar naam.

HET BOEK: zijn wij allemaal bloedbroeders of maakt ons bloed ons uniek?

ONS OORDEEL: betrokken, volksverheffend, soms banaal, maar medisch verantwoord.

Metro

Een complexe driehoeksverhouding
avdc - 17 juli 2012

'Haar bloed' is het resultaat. Het is een boek geworden waarin de schrijfster de grenzen tussen het unieke individu en de homogene massa aftast. Vanuit verschillende vertelperspectieven leren we de relatie tussen goeie vrienden Titus en Pieter kennen. De jongens zijn niet alleen bloedbroeders zonder familie van elkaar te zijn, maar tegelijkertijd ook tegenpolen die elkaar aantrekken. Als student geneeskunde bestudeert de ernstige Titus het menselijk lichaam met een bijzondere interesse voor bloed. Pieter is de flierefluitende charmeur die de menselijke geest wil doorgronden. Hij studeert psychologie. Uiteraard is er een meisje in het spel waar de twee vrienden om strijden: Roos. Bij haar wordt tijdens een bloedgeefactie leukemie vastgesteld.

Af en toe lijkt 'Haar bloed' misschien wat te veel op een introductiecursus voor studenten geneeskunde en zijn de verwijzingen naar bloed wat ver gezocht (bloedworst, bloedband, bloedrood, bloed en bodem, bloedarmoede...). Maar toch slaagt Hemmerechts erin om via de vrij klassieke vorm van de driehoeksverhouding een boeiend verhaal te vertellen. Ze doet dat door een juist evenwicht te zoeken tussen schijnbaar banale observaties van het Vlaanderen anno nu en een fundamenteel onderzoek van grote menselijke thema's. Zo komen de relativiteit van de familieband, vriendschappen, de verhouding met het eigen lichaam en de spanning tussen onderlinge verschillen en gelijkenissen aan bod, zonder dat die thema's zwaar op de maag blijven liggen.

NBD Biblion

F. Hockx
In hoeverre zijn mensen uniek? Die vraag vormt de thematische kern van deze roman waarin bloed centraal staat. Op jonge leeftijd raakt Titus al gefascineerd door bloed. Geobsedeerd en eigenzinnig verzamelt hij kennis op dit gebied. Titus is overtuigd van de uniciteit van mensen. Zijn tegenpool is zijn vriend Pieter, een charmeur en groepsmens die in discussies met Titus juist benadrukt dat mensen veel gemeen hebben. Samen belanden ze in een studentenhuis in Leuven, waar ze beiden iets krijgen met huisgenote Roos, die op een dag het bericht krijgt dat er iets mis is met haar bloed. Na Bert Keijzer en Anna Enquist is Hemmerechts de derde auteur die een boek schrijft naar aanleiding van een stage in het Amsterdamse VU-ziekenhuis. Het resultaat is een vlot lezende roman met zeker tegen het eind pakkende pagina’s (en een nogal uit de lucht vallende plotwending), maar ook een roman waarin tegenstellingen erg fors worden aangezet, enkele onnodige verhaallijntjes opduiken en de informatie die Hemmerechts kwijt wil het verhaal wel eens in de weg zit. Kleine druk.